Salmonella onderzoek

Voor de één is het een regelmatige terugkerend routineonderzoek, voor de ander elke keer weer in spanning afwachten totdat de uitslag er is.

Salmonella onderzoek

09 februari 2021

Elke pluimveehouder heeft ermee te maken: het salmonella onderzoek. Maar hoe gaat het precies in z’n werk?

Ter inleiding

Salmonella is een bacterie die voorkomt in de darmen bij verschillende diersoorten. Pluimvee wordt er veelal niet ziek van. Bepaalde typen salmonella’s kunnen mensen wel ziek maken. Sinds er in de jaren 80 een forse toename gezien werd van ziekte bij de mens ten gevolge van consumptie van pluimveeproducten wordt salmonella bestreden. Het aantal voedselvergiftigingen nam daarna sterk af door verhoogde voedselveiligheid.  Hygiëne, vaccinatie, monitoring en het beleid met betrekking tot positieve (ouderdier)koppels hebben daarin een belangrijke rol gespeeld.

Salmonella is een natuurlijke bewoner van de blinde darm – in deze mest (de donkere glimmende hoopjes) zijn de meeste bacteriën te vinden. Nadat salmonella zich in de darmen vermeerdert verspreid de bacterie zich door het hele lichaam, zo kunnen ook eieren en vlees besmet worden.

Het onderzoek

Om de status van een koppel te bepalen kan je het beste mest onderzoeken, maar ook eieren, dons, eischalen, organen of inlegvellen en kuikenpapier met daarop mest kunnen onderzocht worden. Veelal wordt het onderzoek uitgevoerd door het lopen van de welbekende overschoentjes, als verzamelmonsters van een stal.

Als schoentjes aangeleverd worden wordt er ter ophoping eerst BPW vloeistof aan het monster toegevoegd waarna de monsters 24u in de stoof gaan. Daarna wordt er 0,1 ml van de ophoop-vloeistof op een MRSV plaat gedruppeld, deze wordt na 24 en 48 uur afgelezen. Een belangrijke eigenschap van salmonella soorten is dat ze een zwemstaart hebben, de zogenaamde flagel. Hierdoor kunnen ze, in tegenstelling tot de meeste bacteriën, zich over de plaat verdelen, ze gaan zwermen. Indien er dergelijke verspreiding zichtbaar is worden kolonies overgeënt op een XLD plaat. Na 24 uur kan deze afgelezen worden, bij groei van typische zwarte kolonies op de XLD plaat, is er verdenking van Salmonella (zie foto).

Salmonella pullorum en gallinarum zijn een uitzondering, deze hebben geen flagel. Vermeerderingskoppels worden hierop met bloedonderzoek gecontroleerd. Gelukkig is deze bevinding een zeldzaamheid, in Nederland zijn deze al verscheidene jaren niet gevonden bij bedrijfsmatig pluimvee.

Er zijn meer dan 2000 verschillende Salmonella‘s, daarom wordt serotypering gebruikt om te classificeren, zie onderstaande tabel voor de belangrijkste soorten met hun serotype (de groep waartoe ze behoren op basis van onderzoek). Afhankelijk van het type kan de typering korter of langer duren, sommige exoten kunnen alleen door het RIVM getypeerd worden.

Tabel belangrijkste serotypes:

Groep B Groep C      Groep D
Salm. Typhimurium (St) (monofasische) Salm. Infantis      Salm. Enteritidis (Se)
Salm. Paratyphi B variant Java (S. Java) Salm. Virchow
Salm. Hadar


Uitvoering

Voor officieel salmonella onderzoek worden de monsters doorgestuurd naar geaccrediteerde laboratoria. Deze monsters dienen conform IKB binnen 48 uur na monstername ingeleverd worden op het lab. De uitslag is na inzetten gemiddeld binnen 3-5 dagen bekend. Omdat er minder vervolgstappen hoeven uitgevoerd te worden is een negatieve (=gunstige) uitslag vaak sneller bekend dan een positieve.