Ziekte van Marek bij traaggroeiende kuikens

Sinds de introductie van het traag groeiende kuiken zien we steeds vaker problemen bij de kuikens die we achteraf kunnen toekennen aan de ziekte van Marek.

Ziekte van Marek bij traaggroeiende kuikens

09 februari 2021

Meestal ontstaan de problemen vanaf een leeftijd van vier weken. Zo zien we verminderde groei, allerlei infectieziekten, matige technische resultaten en in een later stadium, verlammingsverschijnselen. De ziekte van Marek wordt zowel op bedrijven met meerdere leeftijden als op bedrijven met het all-in/all-out systeem aangetroffen. Met name in regio’s waar veel pluimveebedrijven zijn zien we de problemen die deze ziekte veroorzaakt. Bij reguliere kuikens zien we deze problemen nog niet.

De schade voor de slachterij bestaat uit ondermaatse gewichten, slechte uniformiteit en afkeur.

De ziekte van Marek is een zeer besmettelijke virusziekte. Infectie treedt op jonge leeftijd op en veroorzaakt tumoreuze afwijkingen in bepaalde delen van het afweersysteem (bv de milt). De dieren scheiden levenslang zeer veel virus uit via veer- en huidschilfers, waardoor Marek zeer besmettelijk is voor de omgeving. Het verspreidt zich heel gemakkelijk naar andere bedrijven, met name door de lucht via stofdeeltjes.

De ziekte van Marek is immunosuppressief, wat betekent dat het de weerstand van een dier ondermijnt. Door de verminderde weerstand krijgen andere (secundaire) ziekten de kans om toe te slaan, zoals Coccidiose, IB, Gumboro, E.coli, andere bacteriële infecties etc.. Deze laatste kunnen gedurende de hele ronde voortduren ondanks ingezette behandelingen. Vaak zien we dat herstel na behandeling  tegenvalt of dat na de behandeling de problemen weer terugkeren. Echter de meest voorkomende klacht is dat de technische resultaten achterblijven terwijl er ogenschijnlijk niet heel veel aan de hand is. Eindgewichten en daggroei worden niet gehaald en de voederconversie is te hoog. Vaak gehoorde klacht is dat de ronde “een beetje tegenviel”, maar volgende ronde zal wel beter gaan… niet dus! Naarmate de infectiedruk iedere ronde toeneemt, nemen de problemen evenredig toe…

De bestrijding van de ziekte van Marek is goed mogelijk en bestaat uit het zeer goed reinigen, ontvetten en desinfecteren van het bedrijf. In het vettige deel van de huidschilfers e.d. kan het virus goed overleven, zo kan ondanks desinfecteren zonder gebruik van een ontvetter het virus in de stal overleven.  Door deze methode is het in pluimvee-arme gebieden soms mogelijk herintroductie van het virus te voorkomen. In de meeste gevallen treedt echter een herinfectie op. Daarom is reinigen met zeep (en desinfectie) alleen niet altijd afdoende, maar is een vaccinatie noodzakelijk.

De beschikbare vaccins tegen Marek zijn goed werkzaam en beschermen het dier levenslang tegen de ziekte van Marek. Deze vaccinatie dient per injectie te geschieden: Op de 1e levensdag of in ovo (in het broedei). Vaccinatie samen met reiniging met zeep en desinfectie is voldoende gebleken om de ziekte van Marek te beheersen. Het levert gezonde, goed presterende en uniforme koppels op.

Denk daarom bij onbegrepen problemen ook aan de ziekte van Marek. De diagnose is eigenlijk alleen maar met zekerheid te stellen uit organen van duidelijk klinisch verlamde dieren en of verdikkingen milten en darmen en (met name de kliermaag). Aangezien hier lang niet altijd sprake van is, blijft het vaak bij een vermoeden. Overweeg in zo’n geval een Marek vaccinatie.

Overleg met uw dierenarts over het te kiezen vaccin. Er zijn tegenwoordig vele Marek vaccins en het is belangrijk de juiste keuze hierin te maken. Deze keuze is sterk afhankelijk van de situatie op uw bedrijf. Wij hebben in onze praktijk in veel gevallen een prima resultaat van vaccinatie gezien, met sterk verbeterde technische resultaten en een beter economisch rendement.

De problemen nemen af, het werkplezier neemt toe en de extra kosten zijn in zo’n geval snel terugverdiend!