Uitval door E.coli bij moederdieren

Uitval door E.coli bij moederdieren

06 september 2018

Escherichia Coli is een bacterie die bij vele diersoorten en ook de mens ziekte kan veroorzaken. Bij moederdieren komt plotselinge uitval regelmatig voor, waarbij op sectie ontsteking van de hartezak, eileider en/of het buikvlies zichtbaar is. Op de foto ziet u het wit/gele ontstekingsmateriaal op de follikels van de eierstok en het buikvlies. Maar…hoe ontstaat zo’n infectie nou eigenlijk? En misschien nog wel belangrijker: is het te voorkomen?

Inleiding

Andere namen die gebruikt worden voor een dergelijke infectie zijn eierperitonitis (naar het gele ontstekingsmateriaal in de buikholte) en EPS (E. Coli Peritonitis Syndroom). De bacterie kan ook een onderhuidse ontsteking veroorzaken, na flankbeschadigingen of bij dikke koppen. Infecties met E. Coli zijn vaak het gevolg van een ander probleem, zoals een storing in het klimaat of een virus. Soms blijkt een parasitaire infectie zoals Histomonas (Blackhead) de trigger te zijn tot acute uitval.

Ontstaan en vaststellen van infectie

De E. Coli bacterie is een normale darmbewoner van de kip en is dan ook overvloedig in het strooisel aanwezig. Een darmstoornis of luchtweg aandoening kan er voor zorgen dat de bacterie in de bloedbaan terecht komt. Het is soms verbazingwekkend hoe uitgebreid de ontsteking is, terwijl kort daarvoor nog niets aan het dier te zien was. Vaak sterven de dieren kort na het voeren, met de krop volledig gevuld. Na zo steriel mogelijk afgenomen kweek van het beenmerg of hartebloed blijkt in het laboratorium veelal de volgende dag dat er sprake is van E. Coli infectie. Er wordt een antibiogram ingezet om gevoeligheidsbepaling te verrichten en in de tussentijd kan de infectie onderdrukt worden door het toevoegen van zuren aan het water.

Preventieve maatregelen

E. Coli vermenigvuldigt zich vrijwel niet bij een lage pH (<4,5). Het aanzuren van het voer of het drinkwater met bijvoorbeeld Digestiefit heeft dus effect op de hoeveelheid E. Coli in het voorste gedeelte van het verteringsstelsel. Ter hoogte van de klier- en spiermaag bereikt het voer normaliter ook die lage pH (1,2 4). Daarna wordt echter in het voorste deel van de dunne darm door toevoeging van gal het zuur geneutraliseerd, waardoor het effect van het zuur veelal teniet gedaan wordt. Omdat moederdieren eenmaal daags een grote hoeveelheid voer opnemen, is het effect in de krop van relatief groot belang. Daarnaast wordt wel eens gezegd dat bij moederdieren de pH in de maag niet zo laag zou worden als bij andere dieren, omdat er veel voer tegelijk langs gaat. Om het neutraliseren van het zuur tegen te gaan wordt gebruik gemaakt van gestabiliseerde organische zuren die ook verderop in de darm een lage pH kunnen bewerkstelligen. Een te lage pH van het drinkwater is ook niet gewenst, beneden de 3.5 kan beschadiging van de darm optreden. De te bereiken pH van het drinkwater kan eenvoudig gecontroleerd worden met een pH strip door het water op dierniveau te testen (dus na de dosator). Voor de lange termijn kan via het voer een berekende hoeveelheid zuur toegevoegd worden.

Vaccinatie tegen E. Coli is ook mogelijk maar niet eenvoudig. Er bestaan oneindig veel verschillende E. coli bacteri. Een van de manieren om de bacterie te typeren is serotypering, waarna duidelijk is welk O-type de stam is. Vaccinatie kan redelijk goed werken tegen hetzelfde serotype, maar niet zo goed tegen andere varianten. Naast de serotypering zijn er nog vele manieren om eigenschappen van een E. Coli stam vast te leggen. Welke methode wordt gebruikt, verschilt per laboratorium en uitslagen zijn daardoor helaas slecht vergelijkbaar. Door stammen te typeren kan je in een autovaccin de betrokken stammen stoppen die op het bedrijf voorkomen. Er is ook een geregistreerd vaccin op de markt die na vaccinatie tijdelijk lokale bescherming op de luchtwegen en darmen geeft. Dit vaccin bevat de O78-stam en geeft gedeeltelijke kruisbescherming tegen o.a. O1, O2 en O18. Daarnaast is er nog een vaccin op de markt gericht op het voorkomen van uitval door E. Coli bij de nakomelingen.

Therapie

Helaas is uitval door E. Coli nog steeds de belangrijkste reden voor de inzet van antibiotica bij moederdieren. In de moederdieren is het antibioticagebruik de afgelopen vier jaar gemiddeld 3.3 DDDA. Afgelopen jaar is bij 18 % van de koppels antibiotica gebruikt tijdens de productieronde. De meeste behandelingen vonden kort voor de topproductie plaats. Indien er uitval door E. Coli gesignaleerd wordt, is het zaak om tijdig aan de bel te trekken en management maatregelen te nemen. Indien dit niet het gewenste effect heeft dan kan alsnog op basis van BO en ABG een behandeling ingesteld kan worden.

Tot slot

Voorkomen is beter dan genezen. Door het voorkomen van stress, een goede gezondheid en uitstekend management kan uitval van waardevolle dieren worden voorkomen en is er een stabiele basis voor een gezonde productie.

https://www.pluimveeweb.nl/partners/poultry-vets/nieuws/uitval-door-e-coli-bij-moederdieren/

Jenneke van Dam van Ginkel

Pluimveedierenarts bij Poultry Vets